keep

keep
n. inkomen, inkomsten; donjon (gevangenis in fort of kasteel)
--------
v. houden; bewaren; krijgen; onderhouden; volhouden; leiden; voeren; groot laten worden; eigenaar zijn van
keep1
[ kie:p]
I 〈telbaar zelfstandig naamwoord〉
donjon(hoofd)toren, burchttoren
bolwerkbastion
voorbeelden:
〈informeel〉 for keeps voor altijd, voorgoed
     play for keep menens/voor het ‘echte’ spelen
II 〈niet-telbaar zelfstandig naamwoord〉
(levens)onderhoudkost, voedsel
voorbeelden:
1   earn your keep de kost verdienen; je eten waard zijn/verdienen
————————
keep2
〈kept, kept〉
I 〈onovergankelijk werkwoord〉
blijvendoorgaan met
goed blijvenvers blijven 〈van voedsel〉
〈Brits-Engels; informeel〉wonen 〈voornamelijk universiteit van Cambridge〉
voorbeelden:
1   keep cool! houd je kalm!
     keep left s houden
     will you please keep still! blijf nou toch eens stil zitten!
     keep going door (blijven) gaan
     keep talking! blijf praten!
     how is John keeping? hoe gaat het met John?
     keep abreast of 〈letterlijk〉bijhouden; 〈figuurlijk〉op de hoogte blijven van
     keep ahead of (een stapje) voor blijven
     keep away (from) uit de buurt blijven (van), wegblijven (van)
     keep back op een afstand blijven
     keep down verstopt/verborgen blijven, beneden/onder blijven
     keep down, you fool! bukken/kop omlaag, idioot!
     keep indoors in huis blijven
     if the rain keeps off als het droog blijft
     keep off/out! verboden toegang!
     keep together bij elkaar blijven
     keep under onder (de oppervlakte) blijven
     keep from smoking niet roken
     keep off uit de buurt blijven van; vermijden
     keep off alcohol for a while de drank een tijdje laten staan
     keep off the grass verboden op het gras te lopen
     keep out of zich niet bemoeien met; niet betreden; zich niet blootstellen aan
2   〈figuurlijk〉 your news will have to keep a bit dat nieuwtje van jou moet maar even wachten
→ keep atkeep at/, keep inkeep in/, keep in withkeep in with/, keep onkeep on/, keep tokeep to/, keep upkeep up/
II 〈overgankelijk werkwoord〉
houdenzich houden aan, bewaren
houdenonderhouden, eropna houden; (in dienst) hebben
(in bezit) hebben/houdenbewaren; 〈bij uitbreiding ook〉 in voorraad hebben, verkopen
hoedenbeschermen, bewaren
houden 〈in bepaalde toestand〉〈bij uitbreiding ook〉 ophouden, vasthouden, tegenhouden
bijhouden 〈(dag)boek e.d.〉houden
houdenaanhouden, blijven in/op
voorbeelden:
1   come and keep me company kom me gezelschap houden
     keep a promise een belofte nakomen
     keep the Sabbath de sabbat in acht nemen
     keep a secret een geheim bewaren
2   keep chickens kippen houden
     keep a hotel een hotel hebben
     keep a mistress een maîtresse hebben
     keep one's wife z'n vrouw onderhouden
3   keep the change laat maar zitten
     this shop doesn't keep pencils deze winkel verkoopt geen potloden
     will you keep this record for me? wil je deze plaat voor me bewaren?
     〈informeel〉 you can keep it je mag het houden, ik hoef het niet
4   may God keep you God behoede/beware u
5   keep within bounds binnen de perken houden
     illness kept him in bed for a week vanwege ziekte moest hij een week in bed blijven
     keep it clean houd het netjes
     the sick child had to be kept warm het zieke kind moest warm gehouden worden
     keep something going iets aan de gang houden
     keep someone waiting iemand laten wachten
     what kept you (so long)? wat heeft je zo (lang) opgehouden?
     the police tried to keep the fans away de politie probeerde de fans uit de buurt te houden
     keep back tegenhouden, op een afstand houden; achterhouden, geheimhouden
     we will keep back 10% of the cost till July as agreed zoals overeengekomen betalen we de laatste 10% pas in juli
     keep down binnenhouden 〈voedsel〉; omlaaghouden, laag houden; onder de duim houden 〈insecten(plaag), mensen〉; onderdrukken, inhouden 〈woede〉
     keep one's weight down z'n gewicht binnen de perken houden
     〈figuurlijk〉 you can't keep a good man down wat er in zit komt er uit
     the army kept the people down het leger onderdrukte het volk
     keep your head down! bukken!
     keep your voices down! niet zo hard (praten)!
     keep someone indoors iemand binnenhouden
     keep off op een afstand houden
     keep someone out iemand buitensluiten
     keep together bij elkaar houden
     keep under onderdrukken; onder de duim houden
     they kept him under with morphine ze hielden hem bewusteloos met morfine
     keep that kid away from those wheels! hou dat jong bij die wielen vandaan!
     he tried to keep the bad news from his father hij probeerde het slechte nieuws voor z'n vader verborgen te houden
     keep the girls from scratching each other zorg dat de meisjes elkaar niet krabben
     keep someone in something zorgen dat iemand geen gebrek heeft aan iets
     he wanted to keep his wife in luxury hij wilde zijn vrouw in luxe laten leven
     he couldn't keep his eyes off the girl hij kon z'n ogen niet van het meisje afhouden
     keep your hands off me! blijf met je fikken van me af!
     keep them out of harm's way zorg dat ze geen gevaar lopen
     he tried to keep the story out of the papers hij probeerde het verhaal uit de pers te houden
     he kept it to himself hij hield het voor zich
6   Mary used to keep (the) accounts Mary hield de boeken bij
     keep someone abreast of iemand op de hoogte houden van
7   keep one's bed het bed houden
     keep the middle of the road op het midden van de weg blijven rijden
     keep your seat! blijf (toch) zitten!
→ keep inkeep in/, keep onkeep on/, keep upkeep up/

English-Dutch dictionary. 2013.

Synonyms:

Look at other dictionaries:

  • Keep — (k[=e]p), v. t. [imp. & p. p. {Kept} (k[e^]pt); p. pr. & vb. n. {Keeping}.] [OE. k[=e]pen, AS. c[=e]pan to keep, regard, desire, await, take, betake; cf. AS. copenere lover, OE. copnien to desire.] 1. To care; to desire. [Obs.] [1913 Webster] I… …   The Collaborative International Dictionary of English

  • keep — [kiːp] verb kept PTandPP [kept] 1. [transitive] to store something that will be useful: • The Credit Reference Agency keeps files on individuals debt records. • You should keep a supply of forms. 2 …   Financial and business terms

  • Keep — Keep, v. i. 1. To remain in any position or state; to continue; to abide; to stay; as, to keep at a distance; to keep aloft; to keep near; to keep in the house; to keep before or behind; to keep in favor; to keep out of company, or out reach.… …   The Collaborative International Dictionary of English

  • keep — vb 1 Keep, observe, celebrate, solemnize, commemorate are comparable when they mean to pay proper attention or honor to something prescribed, obligatory, or demanded (as by one s nationality, religion, or rank), but they vary widely in their… …   New Dictionary of Synonyms

  • keep — [kēp] vt. kept, keeping [ME kepen < OE cœpan, to behold, watch out for, lay hold of, akin to MLowG kapen, ON kopa, to stare at < ? IE base * ĝab , to look at or for] 1. to observe or pay regard to; specif., a) to observe with due or… …   English World dictionary

  • keep — ► VERB (past and past part. kept) 1) have or retain possession of. 2) retain or reserve for use in the future. 3) put or store in a regular place. 4) (of a perishable commodity) remain in good condition. 5) continue in a specified condition,… …   English terms dictionary

  • Keep — Keep, n. 1. The act or office of keeping; custody; guard; care; heed; charge. Chaucer. [1913 Webster] Pan, thou god of shepherds all, Which of our tender lambkins takest keep. Spenser. [1913 Webster] 2. The state of being kept; hence, the… …   The Collaborative International Dictionary of English

  • keep — keep; green·keep·er; house·keep; house·keep·er; keep·able; keep·er·ing; keep·er·ship; keep·sake; store·keep; keep·er; …   English syllables

  • Keep — 〈f. 20; Seemannsspr.〉 Kerbe, Rille * * * Keep, die; , en [aus dem Niederd. < mniederd. kēp, wohl verw. mit ↑ kappen] (Seemannsspr.): Rille, Kerbe (in einer Boje, einem Block, Mast o. Ä.), die einem darumgelegten Tau Halt gibt. * * * I Keep   …   Universal-Lexikon

  • keep — I (continue) verb be constant, be steadfast, carry forward, carry on, endure, extend, forge ahead, go on, keep going, last, lengthen, live on, maintain, move ahead, never cease, perpetuate, perseverare, persevere, persist, press onward, progress …   Law dictionary

  • keep — The construction keep + object + from + ing verb is idiomatic in current English: • His hands held flat over his ears as if to keep his whole head from flying apart Martin Amis, 1978. The intransitive use of keep + from + ing verb is recorded in… …   Modern English usage

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”